Definition
▶
hotel
Een hotel is een voorziening waar reizigers kunnen overnachten en vaak maaltijden en andere diensten kunnen krijgen.
Ein Hotel ist eine Einrichtung, in der Reisende übernachten und oft Mahlzeiten und andere Dienstleistungen erhalten können.
▶
We hebben een kamer gereserveerd in een mooi hotel aan de kust.
Wir haben ein Zimmer in einem schönen Hotel an der Küste reserviert.
▶
Het hotel bood gratis ontbijt aan voor alle gasten.
Das Hotel bot allen Gästen ein kostenloses Frühstück an.
▶
Tijdens onze vakantie verbleven we in een luxe hotel met een zwembad.
Während unseres Urlaubs wohnten wir in einem luxuriösen Hotel mit einem Schwimmbad.