Definition
▶
afspraken
Afspraken zijn specifieke momenten of data waarop mensen elkaar ontmoeten of iets moeten doen.
Las citas son momentos o fechas específicas en las que las personas se encuentran o deben hacer algo.
▶
Ik heb drie afspraken vandaag met verschillende klanten.
Tengo tres citas hoy con diferentes clientes.
▶
Zorg ervoor dat je al je afspraken in je agenda noteert.
Asegúrate de anotar todas tus citas en tu agenda.
▶
De dokter heeft me gevraagd om mijn afspraken voor de komende week te bevestigen.
El médico me pidió que confirmara mis citas para la próxima semana.