Definition
▶
spelen
Spelen betekent deelnemen aan een activiteit die bedoeld is voor vermaak, vaak met andere mensen, zoals games, sporten of toneel.
Jugar significa participar en una actividad destinada al entretenimiento, a menudo con otras personas, como juegos, deportes o teatro.
▶
De kinderen spelen in de tuin met hun nieuwe ballen.
Los niños juegan en el jardín con sus nuevas pelotas.
▶
Wij spelen elke zaterdag voetbal met vrienden.
Jugamos al fútbol con amigos todos los sábados.
▶
Tijdens de vakantie willen we graag bordspellen spelen.
Durante las vacaciones, nos gustaría jugar a juegos de mesa.