Definition
▶
slapen
Slapen betekent het zich in een staat van rust bevinden waarbij het lichaam en de geest herstellen.
Dormir signifie être dans un état de repos où le corps et l'esprit se régénèrent.
▶
Ik ga vroeg slapen omdat ik morgen vroeg moet opstaan.
Je vais me coucher tôt parce que je dois me lever tôt demain.
▶
Hij slaapt altijd acht uur per nacht voor een goede gezondheid.
Il dort toujours huit heures par nuit pour une bonne santé.
▶
De baby slaapt rustig in zijn wieg.
Le bébé dort paisiblement dans son berceau.