Definition
▶
wonen
Wonen betekent het hebben van een vaste verblijfplaats of het leven op een bepaalde plek.
Habiter signifie avoir un domicile fixe ou vivre à un endroit particulier.
▶
Ik woon in Amsterdam.
J'habite à Amsterdam.
▶
Zij woont al jaren in dat huis.
Elle habite dans cette maison depuis des années.
▶
Wij willen graag in een groter appartement wonen.
Nous aimerions vivre dans un appartement plus grand.