Definition
▶
hotel
Een hotel is een commerciële accommodatie waar gasten tijdelijk kunnen verblijven, vaak met voorzieningen zoals maaltijden en schoonmaakdiensten.
מלון הוא מקום אירוח מסחרי שבו אורחים יכולים לשהות זמנית, לעיתים עם שירותים כמו ארוחות ושירותי ניקיון.
▶
We hebben een kamer geboekt in een klein hotel aan het strand.
הזמנו חדר במלון קטן על שפת הים.
▶
Het hotel biedt gratis ontbijt voor alle gasten.
המלון מציע ארוחת בוקר חינם לכל האורחים.
▶
Tijdens onze vakantie verbleven we in een luxe hotel in Parijs.
במהלך החופשה שלנו שהינו במלון יוקרתי בפריז.