Definition
▶
vakantie
Een vakantie is een periode waarin iemand vrij is van werk of school en reist of ontspant.
חופשה היא תקופה שבה מישהו חופשי מעבודה או מבית ספר ומטייל או נופש.
▶
Wij gaan dit jaar naar Spanje op vakantie.
אנחנו נוסעים השנה לספרד לחופשה.
▶
Tijdens de vakantie heb ik veel boeken gelezen.
במהלך החופשה קראתי הרבה ספרים.
▶
Onze vakantie is gepland voor de zomer.
החופשה שלנו מתוכננת לקיץ.