Definition
▶
temeer
Temeer betekent des te meer, vooral in de context van een versterking van een bewering of reden.
תָּמִיר מַשְׁמָעָה יַדוּעַ שֶׁזוֹ אֵינוֹ רַק מַשְׁמָעָה מְחָסֶרֶת, אֶלָּא מַתְּקָן חָזָק בְּהַקְשָׁרָה לְבַקָּשָׁה אוֹ סִבָּה.
▶
Hij werkte hard, temeer omdat hij zijn gezin wilde ondersteunen.
הוא עבד קשה, כל שכן שהוא רצה לתמוך במשפחתו.
▶
Het is belangrijk om te leren, temeer omdat de wereld snel verandert.
זה חשוב ללמוד, כל שכן שהעולם משתנה במהירות.
▶
Ze is vaak ziek, temeer omdat ze niet goed voor zichzelf zorgt.
היא חולה לעיתים קרובות, כל שכן שהיא לא דואגת לעצמה.