Definition
▶
vliegen
Vliegen betekent zich voortbewegen door de lucht met behulp van vleugels.
לעוף פירושו לנוע באוויר בעזרת כנפיים.
▶
De vogels vliegen hoog boven de bomen.
הציפורים עפות גבוה מעל העצים.
▶
Tijdens de zomer kunnen we vaak met het vliegtuig vliegen.
במהלך הקיץ אנחנו יכולים לעוף לעיתים קרובות עם המטוס.
▶
De insecten vliegen rond de bloemen.
החרקים עפים סביב הפרחים.