Definition
▶
afspraak
Een afspraak is een overeengekomen tijd en plaats om elkaar te ontmoeten of iets te bespreken.
Un appuntamento è un orario e un luogo concordati per incontrarsi o discutere qualcosa.
▶
Ik heb een afspraak met de tandarts om drie uur.
Ho un appuntamento con il dentista alle tre.
▶
We moeten onze afspraak voor morgen bevestigen.
Dobbiamo confermare il nostro appuntamento per domani.
▶
Zou je mijn afspraak met de dokter kunnen verzetten?
Potresti spostare il mio appuntamento con il dottore?