Definition
▶
huis
Een huis is een gebouw waarin mensen wonen, meestal met kamers en voorzieningen voor het dagelijks leven.
Una casa è un edificio in cui vivono le persone, di solito con stanze e servizi per la vita quotidiana.
▶
Ik woon in een klein huis met een tuin.
Vivo in una piccola casa con un giardino.
▶
In het huis zijn drie slaapkamers en twee badkamers.
Nella casa ci sono tre camere da letto e due bagni.
▶
Zij hebben een nieuw huis gekocht in de stad.
Hanno comprato una nuova casa in città.