Definition
▶
twee
Het getal dat volgt op één en voorafgaat aan drie.
Die Zahl, die auf eins folgt und vor drei kommt.
▶
Ik heb twee honden.
Ich habe zwei Hunde.
▶
We gaan met twee mensen naar het concert.
Wir gehen mit zwei Personen zum Konzert.
▶
Ze hebben twee kinderen.
Sie haben zwei Kinder.