Definition
▶
negen
Het getal dat volgt op acht en voorafgaat aan tien.
Die Zahl, die auf acht folgt und vor zehn kommt.
▶
Ik heb negen appels gekocht.
Ich habe neun Äpfel gekauft.
▶
De wedstrijd eindigde met een score van negen tegen vijf.
Das Spiel endete mit einem Ergebnis von neun zu fünf.
▶
Hij is negen jaar oud.
Er ist neun Jahre alt.