Definition
▶
gaan
Gaan betekent zich verplaatsen van de ene plaats naar de andere.
Gehört sich von einem Ort zum anderen zu bewegen.
▶
Ik ga morgen naar school.
Ich gehe morgen zur Schule.
▶
We gaan met de trein naar Amsterdam.
Wir fahren mit dem Zug nach Amsterdam.
▶
Ga je mee naar het feest?
Kommst du mit zur Feier?