Definition
▶
huis
Een huis is een gebouw dat bedoeld is voor bewoning, waar mensen leven en hun dagelijkse activiteiten uitvoeren.
Ein Haus ist ein Gebäude, das zum Wohnen bestimmt ist, in dem Menschen leben und ihre täglichen Aktivitäten ausführen.
▶
Ik heb een nieuw huis gekocht in de stad.
Ich habe ein neues Haus in der Stadt gekauft.
▶
Het huis heeft een grote tuin achteraan.
Das Haus hat einen großen Garten hinten.
▶
Wij gaan dit weekend naar ons vakantiehuis aan het meer.
Wir fahren dieses Wochenende zu unserem Ferienhaus am See.