Definition
▶
winter
De winter is het koudste seizoen van het jaar, gekenmerkt door sneeuw, kou en korte dagen.
Der Winter ist die kälteste Jahreszeit, gekennzeichnet durch Schnee, Kälte und kurze Tage.
▶
In de winter dragen we vaak warme jassen.
Im Winter tragen wir oft warme Jacken.
▶
De sneeuw bedekte de grond tijdens de wintermaanden.
Der Schnee bedeckte den Boden während der Wintermonate.
▶
In de winter gaan veel mensen skiën in de bergen.
Im Winter gehen viele Leute in den Bergen Skifahren.