Definition
▶
kunnen
Kunnen betekent in staat zijn om iets te doen.
To be able to means being capable of doing something.
▶
Ik kan goed zwemmen.
I am able to swim well.
▶
Zij kunnen meerdere talen spreken.
They are able to speak multiple languages.
▶
Kun jij morgen komen?
Are you able to come tomorrow?