Definition
▶
vlees
Vlees is het eetbare weefsel van dieren, meestal afkomstig van runderen, varkens of kippen.
La carne es el tejido comestible de los animales, generalmente proveniente de vacas, cerdos o pollos.
▶
Ik heb gisteren een stuk vlees gekocht voor het diner.
Ayer compré un trozo de carne para la cena.
▶
Het restaurant serveert alleen biologisch vlees.
El restaurante solo sirve carne orgánica.
▶
Zij is vegetariër en eet geen vlees.
Ella es vegetariana y no come carne.