maspeak
Log in
Sign up
maspeak
Sign up
Log in
I'm learning
Nederlands
wonen
— meaning in Spanish:
vivir
Learn this word with quizzes, examples and more on Maspeak.
Guess the translation for
vivir
onwankelbaar
inquebrantable
onderbouwing
justificación
maand
mes
wonen
dat is water bij de wijn
Eso es diluir el vino.
Skip this question
Example sentences
Definition
▶
wonen
Wonen betekent het hebben van een vaste verblijfplaats of het leven in een bepaalde ruimte.
Vivir significa tener un lugar de residencia fija o habitar en un espacio determinado.
▶
Ik woon in Amsterdam.
Vivo en Ámsterdam.
▶
Zij woont samen met haar vriend.
Ella vive con su novio.
▶
Wij willen in het buitenland wonen.
Queremos vivir en el extranjero.
🎓
Learn Dutch for free
Quizzes, examples, audio & daily challenges. No password needed — just your email.
Start learning →
Already have an account? Log in
Learn dutch with Maspeak →
Dutch Vocabulary