Definition
▶
verleden
Het verleden verwijst naar de tijd die is verlopen vóór het huidige moment.
El pasado se refiere al tiempo que ha transcurrido antes del momento actual.
▶
In het verleden maakten mensen veel gebruik van papyrus.
En el pasado, la gente usaba mucho el papiro.
▶
Mijn grootouders vertellen vaak verhalen uit het verleden.
Mis abuelos a menudo cuentan historias del pasado.
▶
We moeten leren van de fouten uit het verleden.
Debemos aprender de los errores del pasado.