Definition
▶
gaan
Gaan betekent het verplaatsen van de ene plaats naar de andere, meestal door te lopen of met een vervoermiddel.
Aller signifie se déplacer d'un endroit à un autre, généralement en marchant ou en utilisant un moyen de transport.
▶
We gaan morgen naar het strand.
Nous allons à la plage demain.
▶
Ik ga elke ochtend joggen in het park.
Je vais courir chaque matin dans le parc.
▶
Zij gaan vanavond naar de bioscoop.
Ils vont au cinéma ce soir.