Definition
▶
tijd
Tijd is de meting van de duur waarin gebeurtenissen plaatsvinden en waarin veranderingen zich voordoen.
Le temps est la mesure de la durée pendant laquelle des événements se produisent et où des changements ont lieu.
▶
Ik heb niet genoeg tijd om het boek te lezen.
Je n'ai pas assez de temps pour lire le livre.
▶
De tijd vliegt als je plezier hebt.
Le temps passe vite quand on s'amuse.
▶
We moeten op tijd aankomen voor de vergadering.
Nous devons arriver à temps pour la réunion.