Definition
▶
koop
Het woord 'koop' betekent het verwerven van goederen of diensten in ruil voor geld.
Le mot 'achat' signifie acquérir des biens ou des services en échange d'argent.
▶
Ik doe mijn wekelijkse koop bij de supermarkt.
Je fais mon achat hebdomadaire au supermarché.
▶
Ze heeft een nieuwe auto gekocht tijdens de grote koop.
Elle a acheté une nouvelle voiture pendant la grande vente.
▶
De koop van de nieuwe laptop was noodzakelijk voor zijn werk.
L'achat du nouvel ordinateur portable était nécessaire pour son travail.