Definition
▶
boodschappen
Boodschappen zijn artikelen die gekocht worden om te consumeren, zoals voedsel en huishoudelijke producten.
Les courses sont des articles achetés pour être consommés, comme des aliments et des produits ménagers.
▶
Ik ga vanavond boodschappen doen voor het weekend.
Je vais faire les courses ce soir pour le week-end.
▶
Heb je de boodschappen al gedaan voor het diner?
As-tu déjà fait les courses pour le dîner ?
▶
Ze heeft een lijst gemaakt van de boodschappen die ze nodig heeft.
Elle a fait une liste des courses dont elle a besoin.