Definition
▶
zitten
Zitten betekent het zich bevinden in een zittende positie, bijvoorbeeld op een stoel of de grond.
S'asseoir signifie se trouver dans une position assise, par exemple sur une chaise ou le sol.
▶
Ik zit op de bank terwijl ik televisie kijk.
Je suis assis sur le canapé en regardant la télévision.
▶
Zij zit altijd vooraan in de klas.
Elle est toujours assise devant dans la classe.
▶
De kinderen zitten op de grond en spelen met speelgoed.
Les enfants sont assis par terre et jouent avec des jouets.