Definition
▶
navigeren
Navigeren betekent het bepalen van een route of koers, vaak met behulp van kaarten of navigatiesystemen.
Navigare significa determinare un percorso o una direzione, spesso utilizzando mappe o sistemi di navigazione.
▶
Tijdens onze roadtrip moesten we vaak navigeren om de juiste wegen te vinden.
Durante il nostro viaggio in auto dovevamo spesso navigare per trovare le strade giuste.
▶
Ze gebruikte haar GPS om te navigeren door de stad.
Ha usato il suo GPS per navigare nella città.
▶
Het is belangrijk om goed te kunnen navigeren als je op zee bent.
È importante saper navigare bene quando sei in mare.