Definition
▶
één
Het woord 'één' verwijst naar een enkel object of eenheid, vaak gebruikt als onbepaald lidwoord.
A palavra 'één' refere-se a um único objeto ou unidade, frequentemente usada como artigo indefinido.
▶
Ik heb één appel gekocht.
Eu comprei uma maçã.
▶
Er is één stoel vrij in de kamer.
Há uma cadeira livre na sala.
▶
Hij wil één boek lezen deze week.
Ele quer ler um livro esta semana.