Definition
▶
gaan
Gaan betekent zich verplaatsen van de ene naar de andere plaats.
Ir significa mover-se de um lugar para outro.
▶
Wij gaan naar het strand deze zomer.
Nós vamos à praia neste verão.
▶
Hij gaat elke ochtend vroeg naar zijn werk.
Ele vai para o trabalho cedo toda manhã.
▶
Zullen we samen gaan wandelen in het park?
Vamos juntos caminhar no parque?