Definition
▶
rijden
Rijden betekent het besturen van een voertuig of het deelnemen aan een rit op een paard of fiets.
Rouler signifie conduire un véhicule ou participer à une promenade à cheval ou à vélo.
▶
Ik ga vanavond naar het werk rijden met de auto.
Je vais conduire au travail ce soir en voiture.
▶
Zij houdt ervan om in het park te rijden met haar fiets.
Elle aime rouler dans le parc avec son vélo.
▶
We moeten vroeg vertrekken om op tijd te kunnen rijden naar de afspraak.
Nous devons partir tôt pour pouvoir conduire à temps au rendez-vous.