Definition
▶
leren
Leren betekent het verwerven van kennis of vaardigheden door studie, ervaring of oefening.
Imparare significa acquisire conoscenze o competenze attraverso studio, esperienza o pratica.
▶
Ik ben vandaag veel aan het leren voor mijn examen.
Oggi sto imparando molto per il mio esame.
▶
Kinderen leren snel nieuwe dingen als ze gemotiveerd zijn.
I bambini imparano rapidamente cose nuove se sono motivati.
▶
Ze besloot een nieuwe taal te leren om haar carrière te verbeteren.
Ha deciso di imparare una nuova lingua per migliorare la sua carriera.